Nieuw bij reuSeleuk

Stijl

Op de foto zie je zes verschillende figuurtypes. Bekijk jezelf eens goed in de spiegel en vergelijk vervolgens tot welk type je het meest behoort. Of vraag een vriendin jouw lichaam op een groot stuk papier om te trekken. Waar het met name om gaat, is dat je kijkt hoe jouw schouders zich verhouden tot je taille en heupen. De types Y, H en X zijn vrij rechte types. Type Y heeft bijvoorbeeld iets bredere schouders t.o.v. de heupen, bij de X en H is dit redelijk gelijk. En bij de H zie je dat dit type weinig taille heeft.
De A, 8 en de O hebben meer ronde vormen, waarbij er meer verschillen zitten tussen de schouders, heupen en taille.

Het is handig als je weet hoe jouw vormen en verhoudingen zijn, omdat je hierop gericht je kleding kunt kopen. Stel je hebt wat bredere heupen, dan is het aan te raden geen kokerrok te dragen of een broek met smalle pijpen. Optisch is het beter een rok te nemen die recht naar beneden loopt of zelfs iets gerend (=wijd uitlopend) loopt.

Twee basisregels zijn:
1. Verticale lijnen verlengen, versmallen en maken slank.
2. Horizontale lijnen verkorten, verbreden en kunnen dik maken.

Deze lijnen kun je terugzien in bijvoorbeeld strepen op je stof. Je ziet nu nog steeds veel truitjes met horizontale strepen. Weet dus wat het optische effect hiervan kan zijn. Horizontale- of verticale lijnen hoef je niet persé letterlijk op te vatten. Het gaat namelijk ook om de lijnen die je ziet met het kledingstuk. Denk aan een bandplooibroek. De plooien in de broek zorgen voor een horizontale lijn op de heup/taille en kunnen optisch dus verbreden. Of denk aan een knopenrij van een overhemdjurk. Die knopenrij geeft optisch een verticale lijn en dus een verlenging of verslanking.

1. Verticale lijnen; draag deze lijnen op delen die je wilt verlengen.
Wanneer?
Als je jezelf te klein vindt of te breed.
Hoe?
Eén kleur dragen. Dit noem je ook wel ton-sur-ton. Een knopenrij in jasje, vest, blouse, jurk, een rits, het dragen van een vest die openstaat, V-hals,  rechte of licht gerende rok, ook je panty, schoenen en rok/jurk in dezelfde kleur.

2. Horizontale lijnen; draag deze op die delen die je wil verbreden.
Wanneer?
Als je jezelf te groot vindt, te smal, te lang bovenlichaam, te tenger, te lange armen en benen.
Hoe?
Een ceintuur dragen, horizontale strepen, boven- en onderkleding in een andere kleur, je panty en schoenen in andere kleur, zakjes op blouse of op broek rond heuphoogte, een sjaal éénmaal rond hals gedraaid

Draag nooit horizontale lijnen op het breedste deel van je heupen, zitvlak, kuiten.

De volgende keer heb ik het erover wat je kunt doen als je je bovenlijf kort of lang vindt en welke optische effecten er zijn.

Succes met deze tips!

En wil je meer weten of een stijladvies doen, bel me dan voor de mogelijkheden of klik op de contactknop.

10 november 2020

© Copyright reuSeleuk - Website build by - De Digitale KlusjesMan - ddkm.nl | Rotterdam